Artikel 10 van de Wet Veiligheidsregio’s bepaalt dat de deelnemende gemeenten aan het bestuur van de Veiligheidsregio de volgende taken en bevoegdheden worden overgedragen:

  1. het inventariseren van risico’s van branden, rampen en crises;
  2. het adviseren van het bevoegd gezag over risico’s van branden, rampen en
  3. crises in de bij of krachtens de wet aangewezen gevallen alsmede in de gevallen die in het beleidsplan zijn bepaald;
  4. het adviseren van het college van burgemeester en wethouders over de
  5. brandweerzorg;
  6. het voorbereiden op de bestrijding van branden en het organiseren van de
  7. rampenbestrijding en de crisisbeheersing;
  8. het instellen en in stand houden van een brandweer;
  9. het instellen en in stand houden van een GHOR;
  10. het voorzien in de meldkamerfunctie;
  11. het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel;
  12. het inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de diensten van de veiligheidsregio en tussen deze diensten en de andere diensten en organisaties die betrokken zijn bij de onder 4, 5, 6, en 7 genoemde taken.

In het regionaal programma risicobeheersing wordt een overzicht gegeven van de prioriteiten en capaciteitsbesteding van de brandweer. In overeenstemming met de door het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio goedgekeurde Visie op de brandweerzorg wordt de ambtelijke capaciteit risicogericht ingezet.