Begroting

Het DB zorgt voor het toezenden van de ontwerpbegroting vergezeld met een behoorlijke toelichting vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de ontwerpbegroting dient. Provinciale Staten en de gemeenteraden vergaderen niet eerder dan twee weken na de openbare kennisgeving over de ontwerpbegroting en zij kunnen bij het DB  hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het DB voegt deze zienswijzen, voorzien van zijn reactie, toe aan de ontwerpbegroting zoals deze aan het AB wordt aangeboden. Het DB zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus aan de minister.

Reguliere informatievoorziening en ad hoc informatievoorzieningJaarrekening

Reguliere informatievoorziening en ad hoc informatievoorziening Jaarrekening
De vaststelling van de jaarrekening (als bedoeld in artikel 58, derde lid, van de Wet) geschiedt vóór 1 juli volgend op het jaar waarop deze betrekking heeft. Het DB zendt de vastgestelde jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling doch in ieder geval vóór 15 juli aan de minister. Vaststelling van de rekening strekt het DB tot decharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrifte of andere onregelmatigheden.

Risicomanagement

De toenemende complexiteit van de samenleving, het complexe stelsel van afspraken waarbinnen de ODRN opereert en de snel veranderende wet- en regelgeving dwingt de ODRN  tot groot risicobewustzijn. Het is van belang inzicht te hebben in de risico’s die zich manifesteren bij de uitvoering van de taken, de oorzaken op te sporen en om daarbij passende maatregelen te treffen. In veel gevallen is er bij daadwerkelijk optreden van het risico ook sprake van financiële schade bij de ODRN en dus ook voor de deelnemers daarin.

Risicoanalyse
Jaarlijks vindt er bij de samenstelling van de jaarrekening een analyse plaats van de risico’s binnen ODRN.  Bij de analyse van de risico’s zijn het bedrijfsplan, uitvoeringsplan en de meerjarenbegroting als uitgangspunt genomen aangevuld met de tot nu opgedane praktijkkennis. Het benoemen van risico’s is goed te doen, maar het kwantificeren van risico’s is normaal gesproken al moeilijk maar krijgt bij de vorming van een nieuwe organisatie een extra dimensie omdat er nog geen specifieke bedrijfservaring is opgedaan c.q. aanwezig is. De nu bekende risico’s opgenomen met vermelding of het risico financieel [1] dan wel niet financieel [2] is. Vervolgens is aangegeven wat de gevolgen zijn als het risico zich voordoet en wat de te nemen beheersmaatregel dient te zijn.

Beheersmaatregelen
Om de risico’s te kunnen beheersen moeten beheersmaatregelen worden genomen. Deze maatregelen moeten leiden tot risicobewustzijn van medewerkers en management van de ODRN en daarna tot bepaalde vaardigheden binnen de ODRN. Voorbeelden hiervan zijn pro-activiteit of continu monitoring. Soms kan een risico makkelijk worden ondervangen door een verzekering, voor andere risico’s dienen meer ingewikkelde oplossingen te worden gezocht. Ook kan het zijn dat bewust een risico wordt aanvaard omdat de kosten van de beheermaatregel in de buurt komen van het feitelijke risico. Feit is dat [bijna] elke beheersmaatregel geld kost en het dan ook noodzakelijk is dat voor elke maatregel een kosten/baten analyse wordt gemaakt.

Restrisico
Ook al zijn er beheersmaatregelen genomen dan nog kan het zijn dat er een risico overblijft: het zogenoemde restrisico. Zaak is dan dit restrisico zo nauwkeurig mogelijk te kwantificeren:

Kwantificering van de risico’s
In de jaarrekening worden de nu bekende risico’s beschreven met vermelding van de beheersmaatregel en tevens aangegeven of er nog sprake is van een restrisico. Dit restrisico wordt vervolgens gekwantificeerd:

  • Welk bedrag is ermee gemoeid: Om tot een waardering van een risico te komen dienen ook de [financiële] gevolgen/ impact van een risico te worden geschat. Vaak is niet exact aan te geven wat de omvang van een risico in financiële zin zal zijn en zal met een schatting moeten worden volstaan.
  • Hoe groot is de kans dat het zich voordoet:  Voor elk risico is een inschatting gemaakt van de kans dat zich een risico voordoet. Daarbij is gebruik gemaakt van de volgende kans-klasse indeling:

Klasse

Waarschijnlijkheid

Kans

1

Zeer klein

10%

2

Klein

25%

3

Midden

50%

4

Groot

75%

5

Zeer groot

90%

Normaal gesproken vindt de inschatting van de kans voor de verschillende risico’s ook plaats op basis van eigen historische gegevens, maar die ontbreken nu nog, waardoor het kans percentage nog redelijk grof is gehouden. In de toekomst zal dit verder verfijnd worden en gaat er gewerkt worden met een procentenrange binnen de klassen. Als bijvoorbeeld voor klasse 1 van 0% tot 10%; klasse 2 van 11% tot 25% etc. waardoor de kans in de risico inventarisatie ook bijvoorbeeld op 3% gezet kan worden.

Weerstandsnorm
Algemene reserve
De algemene reserve per 1-1-2020 bedraagt € 26.000 negatief. De norm voor de algemene reserve is € 675.000. De ODRN haalt deze norm dus duidelijk niet. De algemene reserve dient als weerstandsvermogen voor eventuele risico’s. Op dit moment is er geen ruimte in de algemene reserve om eventuele risico’s op te vangen.

Risico’s
Aan de hand van een risico-inventarisatie (2019) is bepaald dat het weerstandsvermogen van de ODRN € 482.000 zou moeten zijn. Omdat de algemene reserve van negatief is heeft Nijmegen, naar rato van de deelname, een bedrag van € 190.000 opgenomen in de gemeentelijke paragraaf weerstandsvermogen.

Om dubbele rapportage te voorkomen wordt de paragraaf weerstandsvermogen allen nog in het jaarverslag opgenomen.